Met een boek op je hoofd

Zoals Obelix viel in een bad vol toverdrank, viel ik – zodra ik kon lezen – in een bad vol boeken. Een lettervreter, rupsje Nooitgenoeg. Ik dreef mijn moeder tot waanzin tot zij op een onbewaakt ogenblik haar zelfbeheersing verloor en mij op mijn hoofd sloeg met het boek dat ik stiekem lag te lezen. Echt gebeurd. 

En natuurlijk ging ik geen leraar worden. Heb je mijn leraar scheikunde gezien, in zijn bruine, ribfluwelen pak? Mij niet gezien. Sowieso niet echt een goed idee om in de voetsporen van je ouders te treden. Niet. Doen. 

Ik werd toch leraar, jarenlang, met veel plezier én veel bloed, zweet en tranen. Dat ook, laten we elkaar geen mietje noemen. 81 schrijfopdrachten nakijken is echt heel veel. 

Ik weet dus precies waar docenten Nederlands mee worstelen en waar zij – jij dus – warm voor loopt. Natuurlijk ben je Nederlands gaan studeren, omdat je dol bent op lezen. Jij verslindt achter elkaar de futuristisch-dystopische boeken van Rob van Essen.
Of: misschien is lezen niet per se je ding, maar hou je ervan om zinnen uit elkaar te rafelen en geniet je van de puzzel die grammatica heet.
Of nee, niet die grammatica, maar schrijven: gedichten, columns, blogs. Geef jou maar een toetsenbord, dan ben je helemaal gelukkig.